06 15 45 07 98 whatsapp info@wandaspaak.nl
Selecteer een pagina

Je bent baas over je eigen gedachte. En als jij jezelf iets maar vaak genoeg verteld, dan ga je dit ook aannemen voor de waarheid. In een eerder blog (#4 Mindset: vergif & remedie) heb ik je al meer verteld over mindset. Maar ik weet ook als geen ander hoe moeilijk het is om anders te gaan denken.

Het klinkt zo makkelijk

Positief denken. Het klinkt zo makkelijk, maar dat is het absoluut niet. Als negatieve gedachten eenmaal in je hoofd zitten laten deze zich niet zomaar verslaan. Daar moet je echt wel wat geduld voor hebben.
Daarnaast lukt het de ene moeder makkelijker dan de andere moeder.

Ik ben, nee ik was, een moeder die vooral vol zat met negatieve gedachten. En ik wil echt niet zeggen dat ik ze nu nooit meer heb, maar het is mij inmiddels wel gelukt om een groot deel van deze negatieve gedachten in te wisselen voor positieve gedachten. Ik heb mezelf aangeleerd om bij een negatieve gedachten na te gaan of deze gedachte ook op waarheid berust. Bijvoorbeeld de gedachte: ik ben een slechte moeder. Ben ik dat echt? Of vind ik dit zelf? Zijn mijn kinderen blij met mij? JA Verzorg ik mijn kinderen goed? JA Waar haal ik het dan vandaan dat ik een slechte moeder ben? Omdat ik een keer boos ben geworden, terwijl er eigenlijk niet zoveel aan de hand was? Ja, misschien, maar ik ben ook maar een mens. En ik heb het wel uitgelegd aan de kinderen waarom ik boos werd. Daarmee laat ik zien dat het helemaal niet erg is om soms boos te worden, maar dat je daar wel je verantwoordelijkheid voor moet nemen.

Er is één woordje wat bij mij wonderen verricht

Ik was er ook altijd heel goed in om te denken dat bepaalde zaken niet voor mij weggelegt waren. Dat dingen onbereikbaar waren voor mij. En het wil zeker niet zeggen dat al deze dingen nu wel binnen handbereik zijn, zeker nog niet. Maar daar zit het hem nu juist. Ik denk niet meer dat dingen niet mogelijk zijn voor mij. Maar dat ze nu NOG niet mogelijk zijn. Dit maakt dat ik er een stuk positiever naar kijk. Dat ik durf te dromen over de toekomst. Dat ik meer vertrouwen heb dat het niet bij dromen blijft.

Een voorbeeld: Ik wil heel graag een huis waarbij we een slaap- en badkamer op de begane grond hebben. Dit omdat traplopen voor mij regelmatig te zwaar is en ik merk dat dit een flinke impact heeft op mijn lichaam. Maar naast deze eis, moeten er in onze toekomstige woning ook genoeg slaapkamers zijn voor onze kinderen, willen we minimaal één, maar het liefst twee kantoren aan huis, én moet er de mogelijkheid zijn om de caravan bij huis te zetten. Je snapt dat een woning die aan deze eisen voldoet niet voor het oprapen ligt. En als ik al een geschikte woning voorbij zie komen, dan valt hij niet binnen het budget. Eerder dacht ik dan direct, zie je wel het is niet voor ons weggelegt om in het huis van onze dromen te wonen. Nu denk ik echter, het is nu nog niet mogelijk, maar wat kan ik doen om dit wel mogelijk te maken?
En nee, dat wil niet zeggen dat het binnen een paar maanden mogelijk is, maar ik zie ons inmiddels in de toekomst echt wel in ons droomhuis wonen. Het is niet meer onbereikbaar.

Enkel door het woordje nog toe te voegen aan mijn gedachten zwak ik het negatieve karakter ervan af en heeft dit minder impact op hoe ik mij voel.

Ga jij het ook proberen?

Hoe ga jij om met negatieve gedachten? Ik wil je uitdagen om vanaf nu niet meer te denken dat iets onmogelijk is. Vanaf nu ga je denken dat het nu NOG niet mogelijk is. Maar wellicht in de toekomst wel. En als je dan toch bezig bent, vraag jezelf ook eens af wat je nu kunt doen om iets dichter bij je droom te komen.